Bij de stadsuitbreiding in 1465 bouwt Kampen de Cellebroederspoort, ter vervanging van de Geert van der Aapoort aan het einde van de Geerstraat. Omdat het verlengde stuk weg van de Geerstraat dan nog Horstweg heet, wordt de poort omgedoopt tot Horstpoort, of ook wel Sint Nicolaaspoort.
Na de bouw van het Cellebroedersklooster in 1475 wordt de naam Horstweg gewijzigd in Cellebroedersweg. Vanaf 1527 noemt men de poort daarom ook Cellebroederspoort. Een kleine eeuw later is de stadspoort dusdanig in verval geraakt, dat het Kamper bestuur architect en landmeter Thomas Berendtsz de opdracht geeft een nieuwe poort te ontwerpen. Helemaal afgebroken wordt de poort uiteindelijk niet, maar wel grondig verbouwd in renaissancestijl. De Cellebroederspoort heeft een rechthoekig middendeel onder wolfdak met aan beide zijden een toren. De doorgang aan de stadszijde heeft een gotische spitsboog uit de middeleeuwen en onder de kruisvensters sierlijke maskers en cartouches. De plantsoenzijde heeft een doorgang met rondboog en daarboven een zogeheten Mesekouw van waaruit met de vijand kon bestrijden.