In de middeleeuwen maakte het stadsbestuur vanaf deze plek haar besluiten bekend aan de bevolking. Maar ook misdadigers werden er aan het volk getoond: het Raadhuiscomplex, tot 2001 daadwerkelijk in gebruik als Kamper stadhuis.
Tegenwoordig is dit gebouw het eigentijdse onderkomen van het Stedelijk Museum. Een monumentaal gebouw met een rijk en turbulent verleden. Het raadhuiscomplex bestaat uit twee delen. Het Oude Raadhuis dateert oorspronkelijk uit circa 1350. Hier werd vanaf de middeleeuwen tot aan de Franse tijd recht gesproken door schepenen en raden. Het gebouw was opgetrokken in de Nederrijnse gotiek, de stijl die zo kenmerkend is voor de Duitse Hanzesteden. In 1543 brandde het Oude Raadhuis uit. Alleen de buitenmuren, de nog steeds bestaande kelderruimte en een deel van de verdieping bleven zwaar gehavend overeind. Sinds de herbouw bestaat het Oude Raadhuis uit twee bouwstijlen: de omhoog strevende lijnen van de laatgotiek gemengd met de horizontale lijnen van de renaissance. De beelden aan de westgevel (v.l.n.r. Karel de Grote en Alexander de Grote en de deugden Matigheid, Trouw, Justitia en Charitas) zijn in de jaren dertig van de 20e eeuw vervaardigd en vervangen de zwaar aangetaste middeleeuwse beelden die momenteel in de Koornmarktspoort zijn te zien. Ook ten aanzien van het vernieuwde interieur werden kosten noch moeite gespaard. De meest belangrijkste ruimte is de Schepenzaal, waar sinds de Middeleeuwen recht werd gesproken. Deze zaal werd voltooid in 1545 en is honderden jaren onveranderd gebleven. Nieuwe Raadhuis Het Nieuwe Raadhuis is ontstaan uit een cluster van overheidsgebouwen waaronder bijvoorbeeld de raadskelder, secretariskamer en raadskapel. In de 17de eeuw bestond het uit twee achter elkaar gelegen bouwmassa's, die na verschillende verbouwingen tot één bouwvolume zouden vergroeien. Een ingrijpende verbouwing van het exterieur in 1830-1831 deed ook het uiterlijke aanzien tot een eenheid worden. De huidige indeling van de begane grond en de eerste verdieping gaat terug op een verbouwing die in 1888 plaats vond. Met name bij het trappenhuis en in de vertrekken op de eerste verdieping is de sfeer van deze verbouwing ook nu nog goed te ervaren. In 1954 werd het gebouw met een extra tweede verdieping verhoogd.