Kampen is altijd sterk gericht geweest op de IJssel en de Zuiderzee (vroeger het Almere en later het IJsselmeer). Ze had haar opkomst als vissers- en handelsstad in de dertiende eeuw er aan te danken.
In de archieven van de stad zijn daardoor nogal wat stukken bewaard gebleven die te maken hebben met de bevaarbaarheid van beide wateren en de uitoefening van visrechten. Al vrij vroeg bemoeide Kampen zich met de bebakening van de scheepvaartroute vanaf de monding van de IJssel, tussen de Waddeneilanden Vlieland en Terschelling door, naar de Noordzee. Vandaar voeren de schippers naar het Oostzeegebied of in zuidwestelijke richting. De vaarroute vormde een belangrijke schakel in het handelsnetwerk van de Hanze. Daarnaast waren de Kampenaren zeer bedreven in de steurvangst totdat verzilting -Almere werd Zuiderzee- de vis uit haar leefgebied verdreef. Schokland Speciale bemoeienis was in het Zuiderzeegebied ook met het eiland Schokland, in het bijzonder met het zuidelijke, Overijsselse deel van het eiland. Dit deel, dat Ens werd genoemd, viel onder het gezag van de drost van IJsselmuiden. De schout van Ens werd niettemin op voordracht van het stadsbestuur van Kampen aangesteld. De schout was notaris, rechter en burgemeester tegelijk. Het bewind over het noordelijk deel van het eiland, Emmeloord, werd gevoerd vanuit Holland. In 1859 werd het eiland ontruimd. Grondgebied, bestuur en bijbehorende archieven werden overgedragen aan de gemeente Kampen. De meeste Schokkers verhuisden ook naar Kampen en vestigden zich in de wijk Brunnepe. Hun woonbuurt werd daarom wel de `Schokkerbuurt' genoemd. Met het rijksbesluit in 1918 om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen begon een nieuwe fase in de betrokkenheid van Kampen bij het Zuiderzeegebied. In 1932 was de Afsluitdijk klaar, vier jaar later werd begonnen met de aanleg van de ringdijk en in 1942 viel de nieuwe polder droog. De functie van Kampen op het oude land als voorzieningencentrum voor het nieuwe land nam af naarmate hier eigen voorzieningen tot stand kwamen. De gerichtheid op Kampen en de Oostwal in het algemeen is sinds de aanleg van Zuidelijk Flevoland minder geworden. De losmaking van Overijssel werd in de jaren tachtig voltooid met de vorming van de provincie Flevoland. Met de aanleg van de Hanzespoorlijn is letterlijk een nieuw verbinding tussen Kampen en het voormalige Zuiderzeegebied tot stand komen.